Op sociaal vlak volgen de eisen de bepalingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van de Verenigde Naties en ze gaan op verschillende punten nog verder. Kinder- en dwangarbeid en discriminatie zijn verboden, en eventuele gevallen van dwangarbeid moeten worden hersteld en voor de toekomst worden voorkomen. Vakbondsvrijheid is gegarandeerd en wordt gestimuleerd vanuit de werkgever. De werkomgeving moet veilig zijn, bijvoorbeeld door training over gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen, het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij gevaarlijk werk, en het aanbieden van schoon water, sanitair en eerstehulpfaciliteiten. Lonen voor alle werknemers moeten ten minste het nationale minimumloon volgen en moeten geleidelijk worden verhoogd tot boven het regionaal gemiddelde. Loon mag nooit worden ingehouden als disciplinaire maatregel. Tijdelijke werknemers hebben dezelfde voordelen als vaste krachten en waar dat niet mogelijk is, moet hiervoor worden gecompenseerd. Contracten in de handelsketen worden voor meerdere jaren afgesloten en een minimumafname wordt in de contracten vastgelegd. Dat biedt de boeren zekerheid.
De door Fairtrade vastgestelde minimumprijs voor gecertificeerde producten vormt een vangnet voor de kosten die boeren maken voor hun duurzamere productie. Daarnaast moeten kopers een premie betalen aan de coöperatie of plantage. De deelnemende boeren of arbeiders beslissen zelf hoe deze wordt besteed; dit kan voor de coöperatie of plantage zijn, maar de investering kan ook ten goede komen aan de lokale gemeenschap.